Fases

Voor elk arrangement is, onderverdeeld in drie fases, omschreven wat het instroom- en streefniveau is voor de gebieden weten, zijn, willen en kunnen. Kenmerkend voor de fase-opbouw is een toenemende differentiatie tussen de uitstroomprofielen en arrangementen:

  • Het aanbod in fase 1 is gelijk voor de uitstroomprofielen Dagbesteding en Arbeid.
  • In fase 2 wordt wel een onderscheid gemaakt tussen deze twee uitstroomprofielen.
  • In fase 3 wordt binnen de uitstroomprofielen een onderscheid gemaakt tussen de arrangementen (Dagbesteding, Op weg naar werk, Arbeid met ondersteuning en Arbeid).
  • Na het behalen van de streefniveaus van fase 3 kan een leerling uitstromen binnen het betreffende arrangement en uitstroomprofiel.

 

Per fase wordt een fase specifieke benadering en fase specifieke instructie door de leerkracht gehanteerd. De benadering gaat in stappen van sturend naar coachend en van algemeen oriënterend, met aandacht voor de persoon, naar individueel specifiek vanuit competenties en kwaliteiten van de leerling. De instructie gaat in stappen van direct en volledig in regie van de leerkracht, naar competentiegericht waarbij de leerling zelf de regie heeft over zijn/haar leerproces. Per leerling wordt bekeken in hoeverre hij/zij eigen verantwoordelijkheid kan dragen en dit verwacht mag worden.

De leerling kan zich binnen het faseplan in twee richtingen ontwikkelen: horizontaal en verticaal. Een horizontale ontwikkeling houdt in dat een leerling binnen hetzelfde arrangement naar een volgende fase doorstroomt. Bij een verticale ontwikkeling stroomt de leerling door naar een hoger arrangement binnen zijn/haar uitstroomprofiel of naar een hoger uitstroomprofiel.

Deze website maakt gebruik van cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie. [ SLUITEN ]